behoefte

Een olifant na het doen van zijn behoefte [2]

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hoef·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord behoefte behoeften, behoeftes
verkleinwoord (behoeftetje) (behoeftetjes)

Zelfstandig naamwoord

behoefte v

  1. iets wat benodigd is
    Ik kan mezelf niet in eigen behoeften voorzien.
  2. ~ doen: poepen
    De hond doet zijn behoefte in de goot naast het trottoir.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

behoefte aan iets hebben

Vertalingen

Meer informatie

In een andere taal lezen