zeggenschap

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeg·gen·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeggenschap -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeggenschap v of o

  1. het recht om over iets te beslissen
    • Krijg ik ook nog zeggenschap in deze beslissing? 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be