Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·reld·oor·log
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wereldoorlog wereldoorlogen
verkleinwoord wereldoorlogje wereldoorlogjes

Zelfstandig naamwoord

wereldoorlog m

  1. een gewapende strijd tussen een zeer groot aantal landen, met name gebruikt voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog
    • Als Kennedy de natie begin jaren zestig ernstig toespreekt over een mogelijke nieuwe wereldoorlog, is er weer paniek.[1] 
     In de vorige eeuw waren er twee wereldoorlogen. Een oorlog heet een wereldoorlog als er heel veel landen aan meedoen. Aan de Eerste Wereldoorlog deed Nederland niet mee. Maar aan de Tweede Wereldoorlog wel.[2]
     De situatie in de wereld was zorgwekkend, zo zorgwekkend dat het zich tot een wereldoorlog zou kunnen ontwikkelen.[3]
    • Niet eerder in de afgelopen halve eeuw is het gevaar van een nieuwe wereldoorlog zo groot geweest. En nooit eerder heeft het Westen er zo beroerd voor gestaan. Het huidige Rusland vormt een veel grotere bedreiging dan de Sovjet-Unie tijdens Chroestjov of Brezjnev ooit is geweest. Poetin wordt gedreven door rancune over de teloorgang van Rusland als supermacht, wil de EU vernietigen en zal niet rusten voor hij zijn Rijk weer tot aan de Oder heeft hersteld, met alle geweld...[4] 
Opmerkingen
  • De benaming "wereldoorlog" is enigszins misleidend, omdat het in feite niet gaat om oorlogen waar de hele wereld rechtstreeks bij betrokken is.
Antoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. De geschiedenis van de Derde Wereldoorlog, Historisch Nieuwsblad, 08/2001
  2.   Weblink bron
    nieuwsbegrip.nl
    “75 jaar vrijheid in Nederland” (2-9-2019), CED-groep
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044632767
  4. www.nrc.nl (11 feb 2024)
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be