[C] Achtervork met uitvaleinde of pad.
  • uit·val·ein·de
enkelvoud meervoud
naamwoord uitvaleinde uitvaleinden
verkleinwoord uitvaleindje uitvaleindjes

de uitvaleindev

  1. (techniek) deel van een fietsframe, aan het uiteinde van de voor- of achtervork, waaraan de wielas wordt bevestigd