spelling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spelling spellingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spelling v

  1. (taalkunde) de al dan niet vastgelegde manier waarop de woorden van een taal geschreven worden
    • Het Nederlands heeft, in tegenstelling tot het Engels, een officieel vastgelegde spelling. 
     Dank aan de auteurs en uitgevers die overname toestonden (zie voor bijzonderheden 'Bronnen' aan het einde van het boek). De oorspronkelijke spelling hiervan is zoveel mogelijk gehandhaafd. Van enkele stukken bleken, tot onze spijt, auteur en uitgever niet te achterhalen.[1]
     Mijn spelling was op z’n zachtst gezegd interessant omdat ik in Engeland op school heb gezeten en nooit foutloos Nederlands heb leren schrijven.[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst   “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat  , p. 7
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
spelling spellings

Zelfstandig naamwoord

spelling

  1. spelling