scheepvaart

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheep·vaart
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheepvaart
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

scheepvaart v/m

  1. (verkeer) het verkeer op het water
    • In die stad vindt iedere dag veel scheepvaart plaats. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be