oosterlengte


Nederlands

 
oosterlengte (East) lijn van Noordpool naar Zuidpool
Uitspraak
Woordafbreking
  • oos·ter·leng·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oosterlengte
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oosterlengte v [1]

  1. lengtegraad ten oosten van de nulmedidiaan tot 180o
    • Sinds het vertrek in Tromsø (18 graden Oosterlengte) zijn we zo ver naar het oosten gevaren dat we nu al de datumgrens gepasseerd zijn en ons op 173 graden Westerlengte bevinden.[2] 
    • En laat nu juist blijken dat de genoemde coördinaten 53°52'64' noorderbreedte en 2°59'54' oosterlengte precies vallen binnen het gebied dat de sector zelf heeft voorgesteld om te sluiten. Vissers zitten namelijk altijd op zee en weten precies waar ze vis willen en gemakkelijk kunnen vangen. Veelal blijkt dat stenige gebieden rijk aan zeeleven zijn en minder geschikt om (plat)vis (met sleepnetten) te vangen.[3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Volkskrant Jorien Vonk 25 augustus 2014 Expeditie Noordpool: hamburgers aan land
  3. De Volkskrant Marloes Kraan 21 juni 2011 Noordzee is nog lang niet uitgeput
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be