nageboorte
- Geluid: nageboorte (hulp, bestand)
- IPA: /ˈnaː.ɣəˌbor.tə/
- na·ge·boor·te
- [2][3] Leenvertaling van Duits Nachburt, Nachgeburt, aangetroffen sinds 1608, oorspronkelijk in de betekenis van secundinae of chorion, de “vlies die het kind in de baarmoeder hult” [1] [2] [3], later uitgebreid tot het geheel van de moederkoek, vliezen en navelstreng dat met de geboorte van de baby naar buiten komt.
- samenstelling van na vz en geboorte zn . [4]
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | nageboorte | nageboortes nageboorten |
verkleinwoord |
de nageboorte v
- (religie) (verouderd) de generatie die later ter wereld is gekomen, het nageslacht
- ▸ Aengaende de tedere ende wellustige [vrouwe] onder u, die niet versocht en heeft hare voetsole op de aerde te setten, om dat sy haer wellustich ende teder hielde; haer ooge sal quaet zijn tegen den man hares schoots, ende tegen haren sone, ende tegens hare dochter;
57. Ende dat om hare nageboorte, die van tusschen hare voeten uytgegaen sal zijn, ende om hare sonen, die sy gebaert sal hebben; want sy salse eten in ’t verborgen, vermits gebreck van alles: inde belegeringe, ende inde benauwinge, daer mede uwe vyant u sal benauwen in uwe poorten.[5]
- ▸ Aengaende de tedere ende wellustige [vrouwe] onder u, die niet versocht en heeft hare voetsole op de aerde te setten, om dat sy haer wellustich ende teder hielde; haer ooge sal quaet zijn tegen den man hares schoots, ende tegen haren sone, ende tegens hare dochter;
- (anatomie) (verouderd) embryonale vlies, chorion
- (anatomie) de moederkoek, navelstreng en vliezen die het lichaam van de moeder verlaten nadat de baby is geboren
- Waarom offeren Nederlanders voor mooi weer worst en Vlamingen eieren? En wat deden boeren zoal met de nageboorte van een paard? De kaartencollectie van het Meertens Instituut laat het zien. [6]
- In de spetterende regen banjert Ingrid op haar klompen door de plassen op het erf, waar de nageboorte van het nieuwe kalfje nog ligt. Ze schuilt onder een druipend afdakje en tuurt over de glooiende weide. Zo ver je kunt zien, rijkt het boerenland van Johan. "Mooi hè." [7]
- [3] moederkoek, placenta
3. de moederkoek, navelstreng en vliezen die het lichaam van de moeder verlaten nadat de baby is geboren
- Het woord nageboorte staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nageboorte" herkend door:
99 % | van de Nederlanders; |
99 % | van de Vlamingen.[8] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ R. Dodonaeus“Cruydt-Boeck van R. Dodonaeus, volgens sijne laetste verbeteringe” (1608), Leiden, p. 182 b
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Weblink bron Henry Hexham“Het groot woorden-boeck: gestelt in 't Nederduytsch, ende in 't Engelsch” (1648), Arnout Leers, Rotterdam, p. 325 op dbnl.org
- ↑ nageboorte op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Weblink bron Het xxviij. Capittel. (1637) in: Nicoline van der Sijs (ed.)Biblia, dat is: De gantsche H. Schrifture, vervattende alle de canonijcke Boecken des Ouden en des Nieuwen Testaments (= Statenvertaling) (2008), Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden
- ↑ de Standaard 10 MAART 2014 Hilde Van den Eynde
- ↑ Tubantia 30-08-2016
- ↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be