• me·son
  • In de betekenis van ‘materiedeeltje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1956 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord meson mesonen
verkleinwoord - -

het mesono

  1. (natuurkunde) een elementair deeltje dat uit een quark en een antiquark bestaat
    • In tegenstelling tot baryonen zijn mesonen altijd bosonen. 
18 % van de Nederlanders;
12 % van de Vlamingen.[2]


enkelvoud meervoud
meson mesons

meson

  1. (natuurkunde) meson


meson

  1. (natuurkunde) meson


meson

  1. (natuurkunde) meson


meson

  1. (natuurkunde) meson