kinderopvang

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·op·vang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderopvang kinderopvangen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kinderopvang m

  1. verzorging van kinderen gedurende de afwezigheid van de ouders
  2. plek waar verzorging van kinderen gedurende de afwezigheid van de ouders plaatsvindt
    • De introductie van marktwerking in de kinderopvang in 2005 heeft niet geleid tot een stijging van de kwaliteit in die sector [1] 
     Een andere optie die hij noemt is de zogeheten multifunctionele landbouw: het aantal dieren op je boerenbedrijf verminderen en combineren met een andere dienst. Denk aan kamperen op het erf van een boer, of een kinderopvang bij de boerderij. "Maar of dat mogelijk is, hangt af van waar je zit en de persoonlijkheid van de boer. Niet iedereen zit op een kinderopvang op z'n erf te wachten", aldus de onderzoeker.[2]
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.nu.nl
  2.   Weblink bron “Deze opties hebben boeren om minder stikstof uit te stoten” (25 juni 2022), NU.nl
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be