Telwoord (ces)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900
  • je·de·náct
  • Afgeleid van het telwoord jeden met het achtervoegsel -náct

jedenáct

  1. elf; 11, het getal tussen tien en twaalf
    «Přišel až v jedenáct hodin.»
    Hij is pas om elf uur aangekomen.
telwoord
hoofdtelwoord jedenáct
rangtelwoord jedenáctý
telbijwoord jedenáctkrát
zelfstandig naamwoord jedenáctka
verzameltelwoord jedenáctery
soorttelwoord jedenácterý