ernstig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ern·stig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van ernst met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ernstig ernstiger ernstigst
verbogen ernstige ernstigere ernstigste
partitief ernstigs ernstigers -

Bijvoeglijk naamwoord

ernstig

  1. zonder grappen en serieus
    • Op een ernstige toon sprak de meester zijn leerlingen toe .
  2. met heel vervelende gevolgen
    • Bij het ernstige ongeluk zijn 2 doden gevallen. 
     Ik wens iedereen wat tijd alleen. Wacht niet tot je een burn-out hebt of in een ernstige situatie bent beland. Zie het eerder als preventie.[1]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be