dwarsfluit

Nederlands

 
dwarsfluit duo
Uitspraak
Woordafbreking
  • dwars·fluit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dwarsfluit dwarsfluiten
verkleinwoord dwarsfluitje dwarsfluitjes

Zelfstandig naamwoord

dwarsfluit v/m

  1. (muziekinstrument) een blaasinstrument dat dwars op de lippen geblazen wordt
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord dwarsfluit dwarsfluite

Zelfstandig naamwoord

dwarsfluit

  1. (muziekinstrument) dwarsfluit