Rangtelwoord (ces)
1. 11. 10. 100.
2. 12. 20. 1000.
3. 13. 30.
4. 14. 40.
5. 15. 50.
6. 16. 60.
7. 17. 70.
8. 18. 80.
9. 19. 90.
  • IPA: /dvanaːtstiː/
  • dva·nác·tý
  • Afgeleid van het telwoord dvanáct met het achtervoegsel

dvanáctý

  1. twaalfde; nummer twaalf in een rij
    «Přišel v hodině dvanácté
    Hij kwam op het laatste ogenblik.


  • po dvanácté - voor de twaalfde keer
  • v Praze, dvanáctého září - Praag, 12 september
telwoord
hoofdtelwoord dvanáct
rangtelwoord dvanáctý
telbijwoord dvanáctkrát
zelfstandig naamwoord dvanáctka
verzameltelwoord dvanáctery
soorttelwoord dvanácterý