drummer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drum·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drummer drummers
verkleinwoord drummertje drummertjes

Zelfstandig naamwoord

drummer m

  1. (muziek) (beroep) iemand die (beroepshalve) slagwerk speelt
    • De drummer speelt een virtuoze improvisatie. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈdɹʌmə(ɹ)/
enkelvoud meervoud
drummer drummers

Zelfstandig naamwoord

drummer

  1. (muziek), (beroep) drummer