chaotisch

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·o·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen chaotisch chaotischer
verbogen chaotische chaotischere
partitief chaotisch chaotischers -

Bijvoeglijk naamwoord

chaotisch

  1. compleet verward
     Nadat ze thuis het besluit hadden genomen om naar Hotel Luxor terug te keren, was het plannen smeden begonnen. Een bezigheid die de eerste dag nogal chaotisch verliep.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. chaotisch op website: Etymologiebank.nl
  2. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be