Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • En·gels·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Engelsman Engelsen
Engelsmannen
verkleinwoord Engelsmannetje Engelsmannetjes

Zelfstandig naamwoord

de Engelsmanm

  1. (demoniem) iemand die in Engeland woont
    • De handelaar was een Engelsman. 
     En daarom makkelijk te haten. Nog makkelijker in de basale situatie wanneer het om de Engelsman of jezelf ging.[1]
     Engeland was ook het probleem niet, er was geen enkele reden voor mededogen met de onmenselijke Engelsen.[2]
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus  , ISBN 9789044625691
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus  , ISBN 9789044628142