werplood

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werp·lood
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werplood werploden
verkleinwoord werploodje werploodjes

Zelfstandig naamwoord

werplood o

  1. (scheepvaart)(verouderd) staafvormig gewicht aan een touw (de loodlijn) om de waterdiepte te peilen, en tevens kan in de vetgemaakte holle onderkant een monster van de bodem worden genomen
    • Bij het opvaren van de rivier werd met het werplood regelmatig gecontroleerd of er nog voldoende water onder de kiel stond. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be