wastafel

Een wastafel.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • was·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wastafel wastafels
verkleinwoord wastafeltje wastafeltjes

Zelfstandig naamwoord

wastafel v / m

  1. een bak waarin men zich of iets wast
    • In onze kamer was ook een wastafel voorhanden. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Indonesisch

Woordafbreking
  • was·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

wastafel

  1. gootsteen, wastafel