vocativus

Latijn

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

vocātīvus m

  1. vocatief, naamval van zelfstandige naamwoorden die de aangesproken persoon aangeeft
    In het Latijn is de vocativus gelijk aan de nominativus, behalve bij de mannelijke, regelmatige zelfstandige naamwoorden (zoals dominus) die de uitgang -e krijgen:
    «Domine!»
    Heer!
    «Ah, Fortuna!»
    Oh, vrouwe Fortuna!
Opmerkingen
  • Het laatste voorbeeld moet niet worden verward met "Ah, fortuna!" (met kleine letter) dat "Oh, het lot/geluk/ongeluk!" betekent.
  • Bij klassieke auteurs is de vocativus de vijfde naamval en wordt de ablativus als zesde naamval beschouwd. In hedendaagse presentaties, zoals op WikiWoordenboek, wordt deze volgorde vaak omgekeerd, zodat de vergelijking tussen verschillende talen eenvoudiger wordt.
  • In het Nederlands zijn de aanspreekvormen amice en dominee aan Latijnse woorden in de vocativus.
Verwante begrippen
Verbuiging


Meer informatie