stoffelijk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stof·fe·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van stof met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stoffelijk stoffelijker stoffelijkst
verbogen stoffelijke stoffelijkere stoffelijkste
partitief stoffelijks stoffelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

stoffelijk

  1. tot de materie behorend of eruit bestaand, materieel [1]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het stoffelijk overschot
het lijk
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen