Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steil
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘sterk hellend’ voor het eerst aangetroffen in 1285 [1] [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen steil steiler steilst
verbogen steile steilere steilste
partitief steils steilers -

Bijvoeglijk naamwoord

steil

  1. onder een grote helling ten opzichte van horizontaal
    • Met deze terreinwagen kom je de steilste berghellingen op. 
     Na dagenlang rijden kwamen zij op een hoge bergwei en het 'pad werd nu zo steil, dat Pietje en Sint de paarden bij de teugel namen en te voet naar boven klommen.[3]
     Wat een beest! Eromheen lopen was geen optie omdat de berg te steil was.[4]
  2. ~ haar recht, zonder krullen
    • Het is nu weer mode om steil haar te hebben, dus weg met de krultang. 
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "steil" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. steil op website: Etymologiebank.nl
  3. Marijke van Raephorst   “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat  , p. 12
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be