raderboot

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·der·boot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord raderboot raderboten
verkleinwoord raderbootje raderbootjes

Zelfstandig naamwoord

raderboot v/m

  1. (scheepvaart) een scheepstype dat wordt voortbewogen door schoepenraderen
    • De eerste door een stoommachine aangedreven raderboot is in 1807 gebouwd. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be