Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • quark
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘subatomair deeltje met een lading van +1/3 of -2/3 van het elektron’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1970 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord quark quarks
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

quark m

  1. (natuurkunde) een elementair deeltje waaruit de protonen en neutronen gevormd zijn
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen