plaatsvinden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaats·vin·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plaatsvinden
vond plaats
plaatsgevonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

plaatsvinden

  1. gebeuren, geschieden, plaatshebben
    • De werkzaamheden zullen vooral in de zomer plaatsvinden. 
     Om niet direct terug te vallen in mijn oude gewoontes had ik me tijdens het lopen al ingeschreven voor de Amsterdamse marathon, die precies twee weken na mijn terugkomst zou plaatsvinden.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be