persoonlijkheid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·soon·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord persoonlijkheid persoonlijkheden
verkleinwoord persoonlijkheidje persoonlijkheidjes

Zelfstandig naamwoord

persoonlijkheid v

  1. het geheel van kenmerken en gedragingen dat iemand uniek maakt
    • Hij is een heel vriendelijke persoonlijkheid. 
     Ieder met jullie geheel eigen persoonlijkheid, stijl, ritme, gevoel en dromen.[1]
  2. iemand die bekend is door [1] bij een groter publiek
    • Dit zijn persoonlijkheden die stempel gedrukt hebben op een hele generatie. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be