Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: majomaillot


  • ma·yo
enkelvoud meervoud
naamwoord mayo mayo's
verkleinwoord - -

de mayov

  1. (informeel), (voeding) mayonaise
    • Kun je mij de mayo even aangeven, Edward? 
     Al dagen fantaseerde ik wat ik zou gaan bestellen: een dubbele hamburger met kaas, augurken en ketchup en hopelijk hadden ze ook mayo voor bij de friet.[2]
89 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[3]


mayo m

  1. mei


Maanden in het Aragonees
chinero
januari
frebero
februari
marzo
maart
abril
april
mayo
mei
chunio
juni
chulio
juli
agosto
augustus
setiembre
september
otubre
oktober
nobiembre
november
abiento
december


mayo

  1. mei


Maanden in het Ido
januaro
januari
februaro
februari
marto
maart
aprilo
april
mayo
mei
junio
juni
julio
juli
agosto
augustus
septembro
september
oktobro
oktober
novembro
november
decembro
december


  • ma·yo
enkelvoud meervoud
mayo mayos

mayo m

  1. mei


Maanden in het Spaans
enero
januari
febrero
februari
marzo
maart
abril
april
mayo
mei
junio
juni
julio
juli
agosto
augustus
septiembre
september
octubre
oktober
noviembre
november
diciembre
december


  • ma·yo
enkelvoud meervoud
nominatief   mayo     mayolar  
genitief   mayonun     mayoların  
datief   mayoya     mayolara  
accusatief   mayoyu     mayoları  
locatief   mayoda     mayolarda  
ablatief   mayodan     mayolardan  

mayo

  1. (kleding) zwembroek, badpak, zwemkleding