koppelwerkwoord

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kop·pel·werk·woord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koppelwerkwoord koppelwerkwoorden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

koppelwerkwoord o

  1. (taalkunde) een werkwoord dat een eigenschap koppelt aan het onderwerp
    • Jan is ziek. 
    • Jan lijkt ziek. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be