kiskassen

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Kiskassen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kis·kas·sen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

kiskassen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kiskassen
kiskaste
gekiskast
zwak -t volledig
  1. inergatief keilen met platte steentjes over het wateroppervlak
  2. inergatief afketsen van een lichtstraal op het wateroppervlak
  3. overgankelijk met smaak en in ruime hoeveelheid eten
Synoniemen

Gangbaarheid

13 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen