jodenkerk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jo·den·kerk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jodenkerk jodenkerken
verkleinwoord jodenkerkje jodenkerkjes

Zelfstandig naamwoord

jodenkerk v/m

  1. (verouderd) (religie) een joods gebedshuis
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • (beledigend) het lijkt hier wel een jodenkerk - het is hier onrustig en lawaaierig
Vertalingen
  • Zie synagoge voor de relevante vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be