hooiberg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hooi·berg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hooiberg hooibergen
verkleinwoord hooibergje hooibergjes

Zelfstandig naamwoord

hooiberg m

  1. (landbouw) een ter bewaring opgestapelde hoeveelheid gedroogd gras
    • Je kunt goed in een hooiberg slapen omdat het er lekker warm is, hoewel het ook kan kriebelen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen