duizelig

Nederlands

 
uitzicht waardoor iemand duizelig wordt
Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·ze·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van de stam van duizelen met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen duizelig duizeliger duizeligst
verbogen duizelige duizeligere duizeligste
partitief duizeligs duizeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

duizelig

  1. een gevoel waarbij alles lijkt rond te draaien en het gevoel voor evenwicht verstoord is
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be