Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·voel
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord gevoel -
verkleinwoord - -
2 enkelvoud meervoud
naamwoord gevoel gevoelens
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gevoel o

  1. een gewaarwording veroorzaakt door een prikkeling van het zenuwstelsel
    • Door de koude had hij geen gevoel meer in zijn vingers. 
  2. een emotionele gewaarwording
    • Dat riep gevoelens op van diepe vrees, zelfs wanhoop. 
     Halverwege kwam ons een Park Ranger tegemoet. Ik voelde een immense opluchting aangezien ik dacht dat we nu veilig waren. Maar dit gevoel duurde niet lang want na een kort praatje schreef hij opeens een officiële boete uit voor de hele groep omdat het blijkbaar verboden was om boven op Mount Whitney te overnachten.[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Werkwoord

vervoeging van
gevoelen

gevoel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gevoelen
    • Ik gevoel. 
  2. gebiedende wijs van gevoelen
    • Gevoel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gevoelen
    • Gevoel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen