doodsverlangen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doods·ver·lan·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doodsverlangen doodsverlangens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

doodsverlangen o

  1. de wens om te sterven
     Totdat ik een keer verzuimde in vervoering mijn ogen te sluiten, en recht in Tonio's gezichtje keek. Bij elke zwaai schuin opwaarts vervormden zijn gelaatstrekken zich tot een klein, mollig masker van angst, compleet met neergetrokken mondhoeken en wijd opengesperde ogen. Godweet hoe vaak hij van doodsschrik al zo'n smoeltje opgezet had, zonder dat ik erop lette.[1]
     Eric Arnold was zich bewust van de gevaren die de klim naar de top van Mount Everest met zich meebracht. "Dat is geen doodsverlangen, maar wel een soort levensdrift", zei hij eind februari in het radioprogramma De Nieuws BV op NPO Radio 1. "Voor mij ligt dat in de bergen. En blijkbaar iets dichter naar de rand van het leven toe, wordt voor mij het leven ook steeds mooier.”[2]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. A.F.Th. van der Heijden   “Tonio : een requiemroman” (2011), De Bezige Bij  , ISBN 9789023467014
  2.   Weblink bron “Eric Arnold zag gevaar als de smaakmaker van het bergbeklimmen” (21-05-2016), NOS