• dis·taal
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen distaal distaler distaalst
verbogen distale distalere distaalste
partitief distaals distalers -

distaal

  1. (medisch) verder verwijderd van het middelpunt van het lichaam
  2. (geologie) verder verwijderd van het achterland
  3. (taalkunde) verwijzend naar referenten op grote afstand van de spreker
  4. (tandheelkunde) de zijde van de tand of kies die het verst verwijderd is van de middellijn
32 % van de Nederlanders;
39 % van de Vlamingen.[2]