creëren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • creë·ren, cre·eren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘scheppen’ voor het eerst aangetroffen in 1618 [1]
  • afgeleid van het Franse créer (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
creëren
creëerde
gecreëerd
zwak -d volledig

Werkwoord

creëren

  1. overgankelijk iets nieuws maken, iets scheppen
    • Hij creëerde daarmee een geheel nieuwe stijl. 
    • Door de ontwikkeling van de PC is een geheel nieuwe bedrijfstak gecreëerd. 
     Het creëren van een slaapplek voor zeven personen viel nog niet mee. Na veel passen en meten werd duidelijk dat we om en om op onze zij moesten gaan liggen. Omdat het toen nog steeds te krap was, moest één jongen zittend in de hoek gaan slapen.[4]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen