broodje

Nederlands

 
Broodje kaas
Uitspraak
Woordafbreking
  • brood·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord broodje broodjes

Zelfstandig naamwoord

broodje o dim. tant.

  1. (voeding) klein brood, vaak versierd, belegd of in een speciale vorm, voor één persoon
    • In de supermarkt kocht ik een belegd broodje. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

broodje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord brood

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be