boegbeeld

Een boeg met boegbeeld.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boeg·beeld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boegbeeld boegbeelden
verkleinwoord boegbeeldje boegbeeldjes

Zelfstandig naamwoord

boegbeeld o

  1. (scheepvaart) een beeld dat ter versiering aangebracht werd op de voorsteven van een schip
    • Het schip had een zeemeermin als boegbeeld. 
  2. overdrachtelijk een opvallend kenmerk van iets dat als voorbeeld, uithangbord of visitekaartje fungeert
    • Dit merk is echt het boegbeeld van deze autofabrikant. 
     Ze richtte haar pijlen onlangs op L'Oréal, dat Roberts als boegbeeld gebruikt om een antirimpelcrème te promoten.[1]
  3. (schertsend) iemands neus, vooral als deze nogal groot is
    • Je zou toch met zo'n boegbeeld door het leven moeten! 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Zo mooi als bij Lancôme is Julia Roberts ook weer niet” (28 juli 2011), De Volkskrant
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be