bereiden

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: berijden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·rei·den
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Germaanse werkwoord raidjan ‘gereedmaken’ met het voorvoegsel be- [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bereiden
bereidde
bereid
zwak -d volledig

Werkwoord

bereiden

  1. overgankelijk het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd
    • Kun jij de maaltijd voor ons bereiden? 
     Er werd pap gekookt boven het houtvuur en een broodje voor de lunch bereid.[2]
     Buiten de reguliere ontbijt-, lunch- en dinertijden bereidde het personeel snacks voor de kleine trek tussendoor.[3]
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. bereiden op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be