waterdruppel

Waterdruppels op een blad.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·drup·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterdruppel waterdruppels
verkleinwoord waterdruppeltje waterdruppeltjes

Zelfstandig naamwoord

waterdruppel m

  1. druppel water, een kleine hoeveelheid water die bolvormig is wanneer hij ergens ligt / vrij valt en die bolvormig met een staart is (druppelvormig) op het moment van loslaten
    • Eén voor één kon je de waterdruppels in de regenton horen vallen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be