• vol·gen
  • In de betekenis van ‘achternagaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
volgen
volgde
gevolgd
zwak -d volledig

volgen

  1. ergatief, overgankelijk achterna gaan
    • Zij volgden hem naar zijn huis. 
  2. overgankelijk begrijpen
    • Ik kan zijn verhaal niet meer volgen. 
     Ik kon niet alles goed volgen, maar het monotone geluid van stemmen om mij heen voelde veilig en vertrouwd.[2]
  3. ergatief erna komen
    • Er waren nog drie grote golven gevolgd en daarmee was de ramp compleet. 
  4. doen wat wordt voorgeschreven, aangeraden enz.
    • Volg de instructies op het scherm. 
  5. op geabonneerd zijn (sociale media)
    • Volg jij die blogger ook? 
  • [2]: Lessen volgen.
  1. In de eerste betekenis wordt het werkwoord soms als een ergatief opgevat en met zijn vervoegd.
    • We zijn hem tot zijn huis gevolgd. 
  2. Toch is een passieve constructie ook mogelijk
    • Hij is door ons gevolgd tot aan zijn huis. 
99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]