Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·beel·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verbeelding verbeeldingen
verkleinwoord verbeeldinkje verbeeldinkjes

Zelfstandig naamwoord

verbeelding v

  1. zich iets visueel voorstellen, ergens in het hoofd een beeld van maken
  2. iets visualiseren, ergens een beeld bij maken
     'Een schrik voor de meisjes. Toch was die roede warempel geen verbeelding.[1]
Synoniemen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • tot de verbeelding spreken
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat  , p. 14
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be