smartelijk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smar·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen smartelijk smartelijker smartelijkst
verbogen smartelijke smartelijkere smartelijkste
partitief smartelijks smartelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

smartelijk

  1. lijden veroorzakend
    • De smartelijke dood van de geliefde vorstin zou nog lang de gemoederen in beweging houden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be