slechtaard


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slecht·aard
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van aard met het achtervoegsel -aard
enkelvoud meervoud
naamwoord slechtaard slechtaards
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slechtaard m [1]

  1. een persoon met een slecht, boosaardig karakter
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen