opzwellen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·zwel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opzwellen
zwol op
opgezwollen
klasse 3 volledig

Werkwoord

opzwellen

  1. ergatief in volume toenemen
    • Na die wespensteek zwol zijn wang helemaal op. 
     Al binnen een uur was mijn linkeronderbeen volledig opgezwollen.[1]
     Doordat England onlangs van schoenenmerk was geswitcht begon de wreef van zijn voet na een week gigantisch op te zwellen.[1]
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

Opzwellen van trots.

  • Heel erg trots zijn.

Een opgezwollen gezicht.

  • Een dik gezicht.

Opzwellen als een ballon.

  • Dik worden.
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be