oostzij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oost·zij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oostzij oostzijden
oostzijdes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oostzij v / m

  1. de zijde die in het oosten ligt.
    • Aan de oostzij van het bos bevindt zich een parkeerplaats. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be