westzij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • west·zij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord westzij westzijden
westzijdes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

westzij v / m

  1. de zijde die in het westen ligt.
    • Aan de westzij van het bos bevindt zich een parkeerplaats. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be