Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ooft
Woordherkomst en -opbouw
- enkelvoud meervoud
naamwoord ooft -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ooft o

  1. (verouderd) boomfruit
     Het is waarom zang en muziek bekoort,
    Maar marmer mij verschrikt en witte kleur,
    Ik roode rozen liefheb en den geur
    Van blinkend fruit en verf van donzig ooft.
    [2]
  2. (verouderd) fruit in het algemeen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
23 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief ooft -
genitief oofts -
datief oofte -
accusatief ooft -

Zelfstandig naamwoord

ooft o [1]

  1. ooft; vrucht, fruit, fruitboom

Verwijzingen