onwetendheid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·we·tend·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onwetendheid onwetendheden
verkleinwoord onwetendheidje onwetendheidjes

Zelfstandig naamwoord

onwetendheid v

  1. afwezigheid van kennis bij iemand
    • Onwetendheid kan ontstaan door een gebrek aan scholing, door een gebrek aan verstand of door een combinatie van beiden. 
Synoniemen
  1. onkunde, domheid, ignorantie
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be