verstand

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·stand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verstand -
verkleinwoord verstandje verstandjes

Zelfstandig naamwoord

verstand o

  1. kennis, weten
    • Ik heb geen verstand van brommers. 
  2. denkkracht, denkvermogen (met betrekking tot het brein)
    • Hij kon daar met zijn verstand niet bij. 
     Het was alsof er meerdere mensen in mijn hoofd meeliepen, iedere stem met een eigen motivatie: soms vanuit mijn ego, soms vanuit mijn verstand en soms vanuit pure angst.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen